← Blog

Verdriet na ontslag: rouwen om werk dat je bent kwijtgeraakt

Ontslag heet reorganisatie, geen verlies. Toch rouw je — om je ritme, je plek, en om wie je was op je werk.

“Boventallig.” Zo heet het. Of: “je functie komt te vervallen.” Het zijn woorden die klinken alsof er iets met de organisatie gebeurt en niet met jou. En terwijl je tegenover iemand zit die het zorgvuldig brengt, hoor je vooral dat het niet persoonlijk is. Alleen gebeurt het wel aan jou, persoonlijk.

Je gaat naar huis met een map, een regeling en een datum. En dan begint iets waar niemand een naam voor heeft. Want dit heet geen rouw. Dit heet een reorganisatie, een transitie, een nieuwe fase. Er komt geen rouwkaart, er is geen moment waarop mensen even stil zijn. Er is een afscheidsborrel, en daarna is het maandag.

Wat je kwijt bent is groter dan een inkomen. Je bent je ritme kwijt: het uur waarop je opstond, de route die je reed, de structuur die je dagen droeg zonder dat je erover hoefde na te denken. Je bent de mensen kwijt met wie je bijna dagelijks iets deelde, en bij wie je vanaf nu langzaam uit beeld verdwijnt. Je bent de plek kwijt waar je nodig was, waar men wist wat je kon. En je bent een toekomst kwijt die je al half had uitgetekend: dat project volgend jaar, die stap die eraan zat te komen, de rust van weten waar je over vijf jaar zou staan.

Je bent daar niet alleen in, hoewel dat op dit moment misschien weinig troost geeft. Het UWV telde over 2025 zo’n 355 meldingen van collectief ontslag — het hoogste aantal in tien jaar en ruim veertig procent meer dan het jaar ervoor. Bijna 25.000 mensen kregen ermee te maken. In heel Nederland lopen dus tienduizenden mensen rond met precies dit verdriet, en vrijwel niemand van hen noemt het zo.

Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat de gevoelens door elkaar lopen. Er kan opluchting zijn: het was een zware plek, je zag het al langer aankomen, je hoeft nooit meer naar dat overleg. En tegelijk verdriet, want het was ook jouw plek. Er kan boosheid zijn over hoe het is gegaan, en schaamte over dat je boos bent, want anderen hadden het zwaarder. Die mengeling maakt dat het verdriet niet zuiver voelt. En wat niet zuiver voelt, geef je jezelf minder makkelijk toe.

De omgeving helpt niet altijd. “Misschien is dit juist je kans.” “Met jouw ervaring heb je zo weer wat.” “Even bijkomen en dan met frisse moed verder.” Het is goed bedoeld en het is niet onwaar, maar het zegt in feite: het valt mee, ga door. En het valt niet mee. Je bent iets kwijt, en het feit dat het over werk gaat maakt het niet kleiner.

Daar komt iets bij wat bij dit verlies uniek is: je moet solliciteren. Bij bijna elk ander verlies mag je even in elkaar zakken. Hier wordt van je gevraagd om jezelf overtuigend te presenteren, precies op het moment dat je niet goed meer weet wie je bent. Je schrijft brieven waarin je opsomt wat je waard bent, terwijl je dat zelf even niet gelooft. En elke afwijzing die binnenkomt, landt niet op een neutrale plek. Die landt op de wond.

Wat ik in mijn werk vaak zie bij mensen na een ontslag, is dat er onder het verdriet een identiteitslaag zit. Werk is voor veel mensen niet alleen iets wat ze doen, maar een deel van wie ze zijn: degene die het overzicht hield, op wie ze konden bouwen, die het altijd oploste. Als die plek wegvalt, vormt zich vaak een zin. “Ik ben blijkbaar overbodig.” “Ik stelde minder voor dan ik dacht.” “Ik ben te oud.” “Ik red het niet meer.” Zo’n zin blijft zelden bij het ontslag. Hij wordt een filter waar het sollicitatiegesprek doorheen gaat, en het gesprek met je partner, en het moment waarop iemand op een verjaardag vraagt wat je tegenwoordig doet.

Met IEMT werk ik op twee lagen tegelijk: de emotionele lading die aan het verlies vastzit, en die zin die je sindsdien over jezelf bent gaan geloven. Je hoeft je verhaal daarvoor niet opnieuw helemaal door te leven. Met rustige oogbewegingen kan de scherpte van het gevoel verzachten, en kan de greep van die overtuiging losser worden. De herinnering blijft — dat werk was van jou, en dat mag zo blijven. Wat kan verschuiven, is dat het je niet meer overspoelt. Vaak merk je het aan iets kleins: je kunt je oude functie noemen zonder die steek in je maag. Een afwijzing is weer gewoon een afwijzing, en niet het zoveelste bewijs. Je kunt weer nieuwsgierig worden naar wat je nu eigenlijk wilt, in plaats van alleen naar wat je kwijt bent.

IEMT is geen universeel antwoord. Het werkt vaak verrassend goed, en soms werkt het deze keer niet — ook dat is informatie. Ik ben IEMT-coach en geen therapeut, en als er meer speelt dan waar ik mee kan werken, zeg ik dat en verwijs ik je door.

Het lastigste aan dit soort verdriet is dat je van tevoren nooit weet of iets voor jou werkt. Daarom nodig ik je uit om het gewoon te ervaren: een vrijblijvend videogesprek van ongeveer 20 minuten, waarin we samen kijken wat er bij jou speelt en of deze manier van werken bij je past. Geen voorbereiding nodig, geen verplichting achteraf. Wil je eerst nog lezen hoe zo’n verlies je zelfbeeld raakt, kijk dan ook eens naar verdriet om wie je had kunnen zijn.

Ben je klaar om te kijken wat er kan verschuiven? Plan een kennismaking — rustig, en zonder oordeel.